Macro fotografie


Met macrofotografie kun je hele eenvoudige onderwerpen zo vastleggen dat ze er toch heel bijzonder gaan uitzien. Doordat je zo dichtbij fotografeert zie je de onderwerpen en/of voorwerpen plots in een heel ander perspectief. Macro haalt het onderwerp zo dichtbij dat de minste onscherpte als storend wordt ervaren. Als eerste vereiste moet een goede macrolens haarscherp zijn, het merk van de lens maakt niet zoveel uit, als de scherpte maar goed zit. Het beste is uiteraard om een macrolens aan te schaffen waarmee je al op een paar centimeter kan scherpstellen. Niet de afstand tot het onderwerp, maar de vergroting daarvan is bepalend of we van macrofotografie mogen spreken. Strikt genomen mag je alleen van macrofotografie spreken als je onderwerp op de beeldsensor van je camera even groot afgebeeld wordt als het in werkelijkheid is maar in werkelijkheid wordt daar wel eens van afgeweken. In feite betekent macrofotografie hetzelfde als close-up fotografie want je wilt bepaalde onderwerpen van zo dichtbij mogelijk fotograferen. Bijvoorbeeld een bloem of een vlieg op een bloem die je volledig op je foto wilt hebben (of juist een close-up van de vlieg). Al het micro leven zoals spinnen en alle andere kleine insecten leg je vast door middel van macrofotografie.

sebastiaan_01 (1 van 1)

Insecten, spinnen, kevers, …
De lens keuze is afhankelijk van hoe dichtbij je het onderwerp wil fotograferen. Als je veel insecten wil fotograferen dan kan je het beste een macro lens van 100mm kopen. Hierdoor hoef je niet zo dichtbij het onderwerp te komen waardoor je meer kans hebt dat het insect blijft zitten. Veel insecten zoals vliegen en bijen zijn steeds in beweging waardoor ze moeilijk vast te leggen zijn. Andere soorten daarentegen, zoals spinnen, kevertjes, slakken,  die langzaam bewegen of zelf praktisch helemaal niet van hun plaats komen wanneer je ze probeert te fotograferen. Ideaal dus om je hier als beginnende Macrofotograaf aan te begeven. De beste eigenschap die je bij deze vorm van fotografie kan bezitten is echter ‘geduld’. Insecten fotograferen doe je best in de vroege ochtend wanneer het licht geweldig mooi is en de meeste insecten zijn dan nog aan het opwarmen waardoor ze nauwelijks of zeer langzaam bewegen. Ze kunnen pas wegvliegen als ze door de zon opgewarmd zijn. Dit geeft je de kansen om het dier mooi vast te leggen. De ochtenddauw maakt fauna en flora meteen ook een stuk interessanter. Als je door je zoeker kijkt, zie je dat insecten nog onder de druppels zitten.  De facetogen van een insect vormen een mozaïek beeld van de omgeving dat uit lichte en donkere gekleurde stippen bestaat. Door de snelle verandering in het mozaïekpatroon is een insect uitstekend in staat beweging te onderscheiden. Stilstaande of langzaam bewegende voorwerpen vallen echter nauwelijks op. Door je heel langzaam te bewegen, is het dus mogelijk om een insect het tot op een paar centimeter frontaal van voren te naderen. Desalniettemin kan het soms frustrerend zijn om insecten te fotograferen, op je knietjes over de grond kruipen of jezelf soms minuten lang in een onmogelijke houding wringen en dan bovendien weleens gestoken worden door een insect als dank voor al je inspanningen. Let altijd wel even op de stand van de zon. Benader het insect zodanig, dat je schaduw niet voor je valt. Indien je schaduw over het kopje valt, ziet een insect meteen dat er iets op hem afkomt.

Gelukkig zijn er buiten het insectenseizoen nog gelegenheden genoeg om macro’s te maken. Vanaf december tot eind maart is het met een beetje geluk mogelijk om macro’s van druppels en ijskristallen te maken. De foto van het grassprietje met reflecterende druppels is in november gemaakt.

Werk je in de vrije natuur, zorg dan dat je onderwerp niet beweegt. De kleinste windstoot volstaat om een bloem te laten bewegen, en dan krijg je een onscherpe foto. Neem bijvoorbeeld een stevig stuk karton mee waarmee je de bloem uit de wind kan zetten. Je kan ook achter je onderwerp een stuk wit of grijs karton plaatsen: een egale achtergrond laat je onderwerp ook beter tot z’n recht komen.

druppel heeft pluimpje gevangen

druppel heeft pluimpje gevangen

Statief
Vaak gebruik je bij macrofotografie een statief. Dit omdat je op enkele centimeters van het onderwerp aan het fotograferen bent en maar enkele millimeters hebt om scherp te stellen. Je hebt een grote kans dat het scherpstel punt door de beweging wordt verplaatst en dat wil je natuurlijk niet. Gebruik de zelfontspanner van je camera: zo voorkom je dat de camera beweegt doordat je op de ontspanner drukt.

Bokeh
Zorg voor voldoende afstand tussen voorwerp en de achtergrond, om een mooie wazige achtergrond (bokeh) te verkrijgen. Anders staat door het kleine diafragma ook de achtergrond scherp in beeld en dat is meestal niet mooi.
Bokeh wordt onder meer door het ontwerp van de lens en het diafragma bepaald en is vooral bij macrolenzen erg belangrijk, omdat met deze lenzen vaak gefotografeerd wordt met beperkte scherptediepte. Om die reden gaan we vaak niet alleen op zoek naar een interessant onderwerp, maar besteden we ook veel aandacht aan de voor- en achtergrond en de manier waarop deze een meerwaarde kunnen geven aan de foto. Om een mooi bokeh te creëren is het belangrijk dat het patroon, de structuur en de kleur in de voor- en achtergrond overeenkomen. Wanneer het motief te chaotisch/overheersend wordt of als er te veel verschillende kleurentinten aanwezig zijn, wordt de foto erg rommelig en wordt de aandacht van het onderwerp weggetrokken. Een achtergrond van mooi gestructureerd en gelijkgekleurd gras zal een veel mooier resultaat geven dan een wirwar van verschillende soorten begroeiing. Als je wat meer van de achtergrond wilt laten zien, dan doe je beter een stapje achteruit om het onderwerp minder beeldvullend te fotograferen.

A16_2231

Tips voor een mooi bokeh

  • Ga op zoek naar een onderwerp waar voor- en achtergrond mogelijkheden bieden. Let hierbij vooral op de structuur, het kleur en het patroon van de voor- en achtergrond en vermijd te drukke plaatsen.
  • Wanneer de vegetatie bedekt is met dauwdruppels, krijg je vaak een “schitterend” bokeh als je in tegenlicht fotografeert.
  • Ga op zoek naar interessante lichtvlekken in voor- en achtergrond en speel met het diafragma om het gewenste effect te bereiken.
  • Fotografeer door de vegetatie heen om een mooi diffuus kader in de voorgrond te creëren.
  • Verander je positie of plaats eventueel kleurrijke elementen (bvb. herfstblaadjes) voor en achter het onderwerp om een pittoresk bokeh te verkrijgen.

De diafragmawaarde en de daarmee gepaarde scherptediepte zijn belangrijk om een mooi bokeh te bereiken. Hoewel je meestal met veel scherptediepte wilt fotograferen om het onderwerp volledig scherp in beeld te brengen, ga je net met een heel andere scherptediepte fotograferen om een mooi bokeh te realiseren. Je onderwerp hoeft trouwens niet altijd helemaal scherp afgebeeld te worden. Wanneer je scherpstelt op de ogen van een dier of op het “hart” van een bloem, krijgt de kijker sowieso de indruk dat alles scherp afgebeeld wordt. Om een mooi bokeh te creëren, ga je dus niet enkel op zoek naar een leuke achtergrond, maar zal je ook het diafragma zorgvuldig moeten uitkiezen om het gewenste effect te bekomen. Bij een lage diafragma-waarde (bvb. f/2.8 – f/4.0) zullen eerder zachte cirkels en vlekken ontstaan. Stel je het diafragma hoger in (bvb. f/5.6 – f/8.0), dan worden deze vlekken sterker afgelijnd en krijg je soms veelhoeken te zien. Aan jou de keuze welke effect je het meest geslaagd vindt.

Heb je een spiegelreflexcamera? Dan kun je op drie manieren macrofoto’s maken:macrolens03

Koop een macrolens. Ieder cameramerk heeft macro-objectieven in het assortiment. Macrolenzen zijn vaak duur, maar zijn speciaal gemaakt voor macrofotografie en geven daarom kwalitatief het beste resultaat. Hoe groter het brandpuntsafstand, hoe verder je bij je onderwerp vandaan kan staan om het op de foto te zetten. Goed om vooraf na te denken wat je ermee gaat fotograferen dus! Een goedkopere manier is het toevoegen een of meerdere tussenringen tussen de body van je camera en de lens waar je normaal mee fotografeert. Door de afstand tussen je lens en de beeldsensor te vergroten wordt je onderwerp vergroot weergegeven. De goedkoopste manier om je camera om te bouwen voor macrofoto’s is door er een voorzetlens voor te zetten. Dit schroef je (net als filters) voor je lens en werkt als het ware als een vergrootglas. De kwaliteit van je foto’s gaat er wel iets van achteruit, maar als je gewoon eens wilt oefenen met macrofotografie is het zeker het overwegen waard.

Compositie
Toto slot een woordje over de compositie van je foto. Let er steeds op dat je onderwerp niet te centraal staat. Meestal hou ik me niet zo aan de fotografie regeltjes maar bij macrofotografie levert de toepassing van de gulden snede regel spannende macro’s op. Experimenteer zeker ook eens met andere composities, het levert soms verassende resultaten op.

We wensen je alvast veel Macro plezier

Het Fotografie Allerlei team

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: